Het onderdeel “netgebruik” is op de elektriciteitsfactuur van gebruikers op laagspanningsniveau (LS), hoger dan het onderdeel “energie”, dat geldt niet voor de gebruikers op midden- (MS) en hoogspanningsniveau (HS).

De infrastructuurkost van het net is veruit de belangrijkste kostencomponent in het nettarief. Deze kost bestaat uit de kosten voor de afschrijving en financiering van kabels, lijnen, pylonen en transformatoren.

Men stelt dat de elektronen vanuit de productiecentrales geïnjecteerd worden op een zo hoog mogelijk spanningsniveau. Daarna vinden deze elektronen hun weg naar de netgebruikers via de bovenvermelde kabels en transformatoren. Deze laatste vormt de spanning om tot 220V tot op de verschillende niveaus.

De elektronen die tot bij de gebruiker op laagspanning komen, zijn dus ook al voorbij de midden- en hoogspanning gepasseerd.

Zo moet een gebruiker op hoogspanning dus enkel de kost van deze betalen, terwijl de gebruiker op laagspanning ook de midden- en hoogspanningskost moet betalen.

We illustreren dit met een voorbeeld:

Spanningsniveau MWh Kosten per spanningsniveau Kostentoewijzing per spanningsniveau
Hoogspanning 1.000 3.000 (3.000X1.000)/3.500 = 857
Middenspanning 1.200 4.000 ((3.000+4.000)x1.200)/(3500 – 1000) = 3.360
Laagspanning 1.300 6.000 (3.000+4.000+6.000)-857-3.360  = 8.783
TOTAAL 3.500 13.000

De redenering is dus dat 1.000 MWh werd afgenomen door netgebruikers op HS en dat zij alleen hoeven bij te dragen in de kosten van de HS in de mate dat het HS benut wordt voor de HS netgebruikers en dat het saldo van de afnames (3.500 – 1.000) betaald dient te worden door de onderliggende spanningsniveaus omdat ook zij gebruik maken van de bovenliggende niveaus.

Deze methodologie heeft uiteraard tot gevolg dat elke netgebruiker er alle belang bij heeft om op een zo hoog mogelijk spanningsniveau aangesloten te zijn op het net.

Ook in deze materie kan ENBRO alle nuttige informatie en ondersteuning verstrekken.