In theorie wordt de elektriciteitsprijs bepaald door de variabele productiekosten van de centrale die nodig is om de vraag naar en het aanbod van elektriciteit met mekaar in evenwicht te brengen. Logischerwijze zal de producent die centrale inzetten die voor hem het voordeligst is.

In de praktijk kan vastgesteld worden dat die theorie min of meer gevolgd wordt. Afhankelijk van de sterkte van de concurrenten in de aanbod markt zal de producent een hogere of lagere winstmarge bovenop die variabele productiekosten kunnen rekenen in zijn prijs.

Hoe kan een producent in de markt blijven als hij alleen zijn variabele kosten kan doorrekenen in zijn prijs? Door zijn winstmarge die hij realiseert bij de inzet van zijn minder dure centrales. Een kerncentrale heeft bijvoorbeeld een lagere variabele kost dan een gascentrale.

In pre-corona tijden was het algemeen gangbaar dat de laatste centrale die meestal ingezet werd om het aanbod en de vraag in evenwicht te brengen een gascentrale was en dat dus de marktprijs meestal schommelde rond de gasprijs gewogen met de energie efficiëntie van de gascentrale.  Indien bijvoorbeeld de gasprijs 20€/MWh bedraagt en de energie efficiëntie van de gascentrale is 50% dan schommelde de marktprijs rond de 40€/MWh + de hogere of lagere winstmarge van de producent.

In corona tijden echter werd de vraag zo sterk verminderd dat er geen behoefte meer was aan de inzet van een gascentrale maar dat het aanbod bestond uit de inzet van de kerncentrales, aangevuld met windmolens en zonnepanelen, waarvan de variabele kosten miniem zijn. In veruit de meeste uren schommelde de marktprijs rond de 15-18€/MWh, de kost van een MWh productie van een kerncentrale.

In uitzonderlijke gevallen was het aanbod zo groot dat de vraag ruimschoots overtroffen werd en dat de kost om een kerncentrale stil te leggen en terug op te starten zo groot zou zijn dat de producenten zelfs bereid waren om geld te geven aan haar klanten en het verbruik aan te wakkeren opdat de kerncentrales zouden kunnen blijven draaien. Deze overproductie werd nog in de hand gewerkt door de zonnepanelen productie die, in tegenstelling tot de windmolen productie, niet kan stil gelegd worden.

Negatieve prijzen doen zich voor bij de productie van goederen die niet kan stil gelegd worden maar ook niet (elektriciteit) of onvoldoende (aardolie) kan gestockeerd worden of bij goederen die al geproduceerd zijn maar niet kunnen verkocht worden en dreigen te rotten (aardappelen).

ENBRO kan helpen de evolutie naar extreem lage of zelfs negatieve prijzen te voorzien en u als klant hierin adviseren.

Contacteer ENBRO

Vul hieronder uw gegevens in en wij contacteren u voor meer info.

Contactformulier

BELGIË: Kortrijksesteenweg 387 - 8530 Harelbeke